pers > onder ut fergroatglas > detail
ResÍnsy over ut werk fan Henk van der Veer
Harje








nieuws > overzicht > nieuwsbericht




nieuws


overzicht



Nieuwsbericht

Harje, kollumn Pieter de Groot, Leeuwarder Courant 27-11-2003

'Moai stilsitte, ķt kerk krijst un spoetnik'

Toeval. Aan de oproep van Sicko Heldoorn om meer stadsfries wordt vandaag al gevolg gegeven in de bibliotheek van zijn geboortestad Sneek met het project 'Spoetnik'. Tot 5 januari roepen dichter Henk van der Veer en fotograaf Paul van Goor hier in woord en beeld herinneringen op aan het Sneek van vroeger. Het Sneek uit Henk van der Veers jeugd, zo'n veertig jaar geleden. Met zijn in het Snekers, in parlando-stijl geschreven gedichten weet deze op 24 oktober in 'ut Griffermeard Ferpleechhķs in ut hartsje fan Sneek'geboren kruidenierszoon bij veel stadgenoten een gevoelige snaar te raken. Dat bewees hij intussen al met zeven bundels, waarvan de meest recente 'Kajapoetoaly'was. Paul van Goor voegde hierin met zijn foto's een dimensie aan de gedichten toe. GeÔnspireerd door het grote succes van 'Kajapoetoaly', die bij honderden over de toonbank ging, besloten ze de samenwerking voort te zetten. Wat in de bibliotheek te zien is, is afgeleid van het eigenlijke project. Zij maakten de gedichten en foto's namenlijk voor een speciale 'Spoetnik-Jaardachskalender', die in een oplage van 3300 exemplaren is gemaakt. Deze is echter niet in de boekhandel te krijgen. De makers hebben een deal gesloten met een stuk of wat Sneker bedrijven, die de kalender als relatiegeschenk hebben afgenomen. De in verband met Sneek raadselachtig lijkende titel 'Spoetnik' wordt meteen duidelijk bij het aanschouwen van de foto. Twee flessen limonadegazeuse, rood en groen, van het merk Exota. Wie van voor 1960 is, herinnert zich het nog: de gazeuse werd met koffiemelk en suiker aangelengd tot een een spoetnik, genoemd naar de eerste Russische kunstmaan uit 1957. Jaren later verdwenen de flessen uit de schappen, nadat VARA-ombudsman Marcel van Dam proefondervindelijk had vastgesteld, dat ze spontaan ontploften (wat trouwens niet waar was, bleek na jaren procedren). Henk had van dit dreigende gevaar nog geen weet, toen hij als kleine jongen met zijn vader op zondagmorgen over het Bolwerk liep:

in kÚrte broek en su'n
stief sittend flinderstrikje foar
op wech naar de Noarder

must aansens moai
stilsitte hoar
ķt kerk krijst un spoetnik
en wat lekkers fan bakker Boers

De dichter deelt met veel generatiegenoten de sensatie van het kindergeluk die hen ten deel viel als ze op woensdag- en zaterdagmiddag bij de enige televisiebezitter in de straat naar de Dikke Deur en Dappere Dodo mochten kijken:"We waren kyndes/ ķt un folksbuert/ en stinkend ryk."

En wat hadden Sneker jonkjes eigenlijk met de veemerk in hun stad? Niet veel meer dan "deur de ruten/ fan Vellinga syn kafee/ blau fan'e sigarerook/ kike naar balerina's/ met witte skÚrtsjes/ dy't feehannelaars in lange/ kaky-kleurege stÚfjassen met pÚrtefully's an kettings de slukjes foarsetten." En daarna, tussen de veewagens, 'de tannen in su'n sure bom".

Henk van der Veer mag graag onder de Snekers verkeren en heeft dan zijn oren wijd open, steeds attent op uitdrukkingen die hij aan zijn Sneker woordenschat kan toevoegen. Ook in zijn werk, hij is leraar aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs, steekt hij veel op. Laatst riep hij een jongen bij zich, die woest op zijn nagels zat te bijten:"Jonge, wees even rustech, wat un stress." Waarop de jongen hem verbaasd aankeek, zijn nagels liet zien en zei: "Dit is gyn stress, meester, dit is myn groŽnte!" Op zo'n moment kan de dag voor meester niet meer stuk.


Pieter de Groot














Leeuwarder Courant, 27.11.2003
 
 
<< terug