pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
Kribelvisje, Meindert Talma



De persoonlijke mythologie van een ultra-droogkomische observator



“De reacties zijn, in bescheiden kring, bijzonder enthousiast. Ik word opeens een cultfenomeen genoemd. Sommigen menen in mij sporen van Ede Staal terug te horen, anderen zien in mij een geestverwant van Daniël Johnston. Mijn ouders zijn minder enthousiast. Als ik op Eerste Kerstdag de single aan hen laat horen, zijn ze diep teleurgesteld over het resultaat. De volgende morgen geeft heit mij een brief van drie kantjes waaraan hij tot diep in de nacht heeft zitten schrijven. In de brief spreekt hij de angst uit die hij en mem al lange tijd hebben. Ik bevind mij op een hellend vlak, ben al een dik jaar werkloos, en in plaats van dat ik goed achter een baan aan zit, verdoe ik mijn tijd met het schrijven van onnozele verhaaltjes en het maken van muziek die in hun ogen zowel qua tekst als zang niet door de beugel kan.”

Deze zelfreflectie van de ik-figuur in het vorig jaar verschenen boek Kriebelvisje van Meindert Talma is treffend. Net als in zijn debuutroman Dammen met ome Hajo uit 1999, laat schrijver Talma maar weinig ruimte tussen fictie en werkelijkheid. De ik-figuur in de roman draagt dezelfde naam als de auteur. Geen toevalligheid lijkt mij.

De roman Dammen met ome Hajo, gaat over het opgroeien in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw in Surhuisterveen. Met name de tijdsgeest, de tragikomische stijl en de talloze kleurrijke karakters maakten het lezen van dit boek tot één groot feest.

Vier jaar na het uitkomen van Talma’s debuutroman verschijnt de opvolger met de fraaie titel Kriebelvisje. Dit keer gaan de belevenissen van de ik-figuur over de jaren 1995 tot en met 1997. De hoofdpersoon, Meindert Talma, observeert nog altijd de acties van anderen uit zijn naaste omgeving. En hij beschrijft zijn eigen belevenissen op een geweldige ‘ultra-droogkomische’ manier. Talma is afgestudeerd, geschiedenis, en is zoekende. Hij zet zijn eerste schreden op de weg van de popmuziek. En de lezer volgt de auteur op de voet.

In chronologische volgorde rijgt de auteur een verzameling anekdoten uit het leven van Meindert Talma aanéén tot wat hij dan noemt ‘roman’. Toe dan maar. Wederom figureren bizarre typetjes als Boate Blow, De Stille Genieter, Romy, De stem van de Friese Wouden en Sibbele Hietkamp in de columnachtige verhalen van Talma.
Tegelijk met de roman Kriebelvisje verscheen de gelijknamige CD. Elk hoofdstuk in het boek wordt geopend met één van de ‘songs’ van die CD. Het zijn er dertien in totaal, waarvan een kwartet in de Friese taal.

Dat Talma in vergelijking met zijn eerste roman nu veel minder gebruik van de Friese taal maakt vind ik een gemiste kans. Beweerde hij eerder nog, in verschillende interviews, dat ‘de measte minsken yn Surhústerfean Frysk prate’ en dat hij hen daarom ook in de tweede rijkstaal citeert, in Kribelvisje is daar bar weinig meer van over. Zelfs de familie Talma praat opeens Hollands. Of wat daarvoor door moet gaan. Want aan ( opzettelijke) Friesismen geen gebrek. En dat maakt zijn werk juist weer zo sterk!
Door het grotendeels bewust weglaten van het Fries in de dialogen heeft zijn proza onnodig aan authenticiteit verloren. En dat is eigenlijk best wel jammer. Toch geen concessies aan de uitgever Talma?

Ondanks dat ik het Fries in de dialogen mis, blijft er voldoende te genieten over. Zijn drogekloterige manier van schrijven doet de lezer voortdurend glimlachen. Het besef dat alle leven droevig en nutteloos is, heeft adolescent Alma zich ook al vrij snel eigen gemaakt.

Ome Halo, dé ome Halo, verwoordt dat aldus: “Weet je wat het is, Meindert?’ Zei ome Halo ooit. ‘Jij hebt enige aanleg om depressief te zijn. Je bent verder geen verkeerde jongen, maar je bent gewoon geen doctor in de vrolijke wetenschap.”

Punt uit! Zeldzaam humoristisch. Nog zo’n voorbeeldje. Als Talma bij Boate Blow binnenstapt is er de volgende dialoog van twee zinnen. Boate vraagt: “Wil je ook wat drinken Meindert?” En Meindert antwoordt met een wedervraag: “Heb je ook iets bierachtigs?”

Het verschil tussen fictie en werkelijk is bij Talma uitermate klein. Dat komt onder anderen door reëel bestaande kranten als de Feanster te citeren. Talma is een chroniqueur, die weet waarover hij schrijft. Over de hoer met de manie voor legpuzzels, de op bezemstelen vliegende boerendochter, DJ Kesanova van Stichting Hobbyrock. Over hoe de Harrekieten reageerden toen de radioamateur van De Stille Genieter bezoek kreeg van de opsporingsambtenaren van de PTT.: “Het halve dorp liep toen uit en de controlerende ambtenaren werden door een woedende menigte belaagd. Aangezien De Stille Genieter ervan overtuigd was dat hij een zinvolle invulling gaf aan het bestaan van zieken, alleenstaanden, kreupelen, bejaarden en zuigelingen was hij weer binnen de kortste keren kort aan de band.”

Elke Harrekiet die dergelijk proza leest zal instemmend knikken en zeggen ‘sa wie’t en net oars!’
Meindert Talma schrijft ook nog altijd over zijn gereformeerde jeugd. Dat doen wel meer schrijvers, en zeker niet de minsten. Bij Talma is er echter geen wrok, laat staan trauma’s.
Heel herkenbaar, zeker voor al die lezers die dezelfde achtergrond als de auteur hebben, weet hij de hilarische gesprekken van een gereformeerde verjaardagsvisite te beschrijven:

“Ja!’ roept ome Hajo, ‘maar wij hoeven het niet over zondaren te hebben, want dat zijn we allemaal!’ ‘Ja, in jouw ogen hoeven we het er niet over te hebben, maar in mijn ogen wel.’ ‘Ja, maar er is voor ons allemaal vergeving. Wij gaan de kant van Pasen uit.’ ‘Ja, dat is zo, zegt Sibbele ook. Sibbele zit bij de Christelijk Gereformeerde.’ Ome Jinze kijkt mijn kant op. ‘Gereformeerden waaien alle kanten op, dat zie je bij jou wel, Meindert.’ ‘Ik geloof nog wel een beetje,’ zeg ik.
‘Ja,’ zegt ome Jinze, ‘nog wel een beetje, maar er blijft weinig van over. Het verwatert. Jouw heit en ome Hajo zijn heel anders. Dat zijn serieuze figuren. Vrome mannen.”

De kracht van Talma zijn schrijverij zit ook voor een groot gedeelte in de éénvoud. Wat en waar hij over schrijft lijkt allemaal zo gewoon, maar is in feite heel bijzonder. Of zo hij zelf vaak schrijft: apart, heel apart.

En hoe zit dat nu met Kriebelvisje? Speelt die een belangrijke rol in de roman? Neu, dat niet. Maar Talma heeft wel een fantastisch gedicht over haar geschreven. Absurdistisch, dat wel. Lees maar, proef maar. Het is echt Talma:

als ik wakker word ben ik nat van het zweet
ik voel een sterke neiging om te braken
naast me ligt een vrouw die dacht ik Hetty heet
op haar rug zwemt een vis, haar nieuwe tatoeage

de vis stinkt een beetje, als een vis in vuil water
maar dat geeft niets, het is een goede vis
een lome lichtheid strijkt in mijn hoofd neer
als een groep kraaien in de top van een boom

achtergronden bewegen in slowmotion
het is zo warm als een koeietong
o was ik maar een vis, een heel goede vis
lekker drijven in een heel mooi aquarium
o lag ik maar naast Kriebelvisje
die heel langzaam met haar wimpers over mijn huid
gaat en dat het voelt, o Kriebelvisje,
dat het voelt als een rietje dat op mijn ziel zuigt

en de zon staat laag aan
de hemel te branden als een vuurrode bal
de hitte van de Groningse straten
trekt langzaam door mijn lichaam omhoog

mijn vingers zijn als nat spaghetti
en ik luister naar de ademhaling van Hetty
een lome lichtheid strijkt in mijn hoofd neer
als een groep kraaien in de top van een boom
Hetty heeft haar dat in kroketjes
op haar hoofd zit en het leven is wel een pretje

Studentikoos? Misschien, maar dan wel heel zuiver en heel puur studentikoos. Om mij schrijft Talma nog een bundel vol met dergelijke poëzie. Want naast prozaïst, columnist, performer en muzikant is Talma ook dichter. Alleen hij weet het zelf nog niet! Met Kriebelvisje heeft Talma zijn persoonlijke mythologie vastgelegd. Met prachtige verhalen over het Friese platteland en het Groninger studentenleven.





Trotwaer, 12.03.04
 
 
<< terug