pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
Akkerlandjes van Sjouke Bakker gedijen goed

Akkerlandjes van Sjouke Bakker gedijen goed

Henk van der Veer

It Fryske Gea beheert meer dan 50 verschillende natuurgebieden, met een totale oppervlakte van ongeveer zo’n 19.000 ha. De Alde Feanen, de Makkumerwaarden en de Lendevallei zijn gebieden die bij een groot publiek bekend zijn. Maar hoeveel mensen zouden er gehoord hebben van de zogenaamde ‘kleine landschapselementen’ van It Fryske Gea, even ten zuiden van Oldeholtpade? In die gebieden startte Sjouke Bakker (51) ruim tien jaar geleden met een heel bijzonder project. Het aanleggen van akkerlandjes uit grootmoeders tijd.

Voor al diegenen die geen notie hebben van wat nu ‘kleine landschapelementen’ zijn, de uitleg van Bakker: “ De kleine landschapselementen zijn de ‘stukkies’ singels en ‘stukkies’ bos, midden in het gewone landschap, het boerenland onder Oldeholtpade. Die ‘stukies’ zijn in de ruilverkaveling, een aantal jaren geleden, eigendom van It Fryske Gea geworden.”

Bakker, een fervent jager, heeft in het gebied zijn jachtterrein. In de laatste 25 jaar van de vorige eeuw zag hij met lede ogen aan hoe het boerenlandschap in zijn geboortestreek veranderde. De akkerbouw verdween grotendeels, en daarmee ook de karakteristieke akkerbouwgronden met haar specifieke gewassen en (on-) kruiden. De wild-en vogelstand liep schrikbarend achteruit.
“Als je in de landerijen geen hazen meer ziet, dan is er iets goed mis. Niet voor de boer misschien, maar wel voor de natuur. Het werd hier ene dooie boel, een haas is een graadmeter voor het veld”, aldus Bakker. Reden genoeg voor hem om aan de bel te trekken bij It Fryske Gea, dat er iets moest gebeuren om de rijke flora en fauna weer terug te brengen. “En ook omdat mijn jachtgebied aan kwaliteit en kwantiteit achteruitliep, dat is ook de achterliggende gedachte van dit project geweest”, geeft de fanatieke jager onomwonden toe. “Het is puur voor het opkrikken van het veld, niet voor het schieten, maar ik wil het veld beter hebben”, voegt hij er nog aan toe.

Bakker over wat zijn ambitieuze plan nu inhoud: “Bij de singels langs lopen allemaal sloten. Om die sloten tijdens het hekkelen te bereiken moeten er overal schouwpaden liggen. Die variëren in breedte van vier tot zeven meter. Mooie lappen grond. En toen heb ik voorgesteld om die grond te bewerken, en zodoende de akkerbouwgronden van vroeger na te bootsen. Her en der in het landschap ben ik begonnen met inzaaien van landbouwgewassen. Eerst zo’n 900 meter, maar de laatste jaren zit ik al op drie kilometer grond die ik inzaai en bewerk. De ene helft van de akkerbouwgewassen bestaat uit winterrogge en de andere helft bestaat uit een mengsel van knollen, kolen, lupinen, seradella, bladrammanas, purrie, alle verschillende granen, boekweit. Zo’n 25 verschillende akkerbouwgewassen, die er voor moeten zorgen dat de patrijs weer terugkomt. Want als die vogel terugkeert, dan sleep de rest ook wel terug. Dat komt omdat de patrijs zo’n kritische vogel is. Door het ontbreken van akkerbouwgewassen leek het hier ’s winters wel groen, maar grasland is voor vogels niet groen. Je moet dus groene gewassen als winterrogge verbouwen, dat zaai ik dan in september begin oktober. Dat gaat 10 tot 15 cm lang de winter door en dat blijft hartstikkene groen en mals. Vogels, hazen, reeën zitten er in. De andere helft is knollen en kolen en die blijven gedurende de wintermaanden ook groen. En dat moet je hebben: rust, dekking en voedsel.
De eerste twee voorwaarden waren aanwezig, de laatste, het voedsel breng ik nu terug.”

Bakker heeft de eerste jaren dat hij met zijn akkerlandjesexperiment begon zelf de kosten, zo’n drie- à vierhonderd euro, van de zaden betaald. De laatste twee keer, kon hij zijn rekeningen bij It Fryske Gea inleveren. De verhouding met de natuurbeschermingsorganisatie is dan ook uitermate goed. Bakker:

“De mening van It Fryske Gea is heel belangrijk voor mij. Ik ben het lang niet altijd eens met hun beleid, maar ik vind het wel belangrijk dat ze het met mijn beleid eens zijn. Daarom telt hun mening erg voor mij. Ik wil geen dingen doen waar zij niet achter staan. Dat is heel duidelijk voor mij.”

Vlinders

De veldjes waar het mengsel van de oude akkerbouwgewassen gezaaid is, zijn een waar eldorado voor vele verschillende vlindersoorten. De kleine vuurvlinder, die een voorkeur heeft voor schapezuring, die goed gedijt op bewerkte grond, komt o.a. massaal voor in dit gebied. De akkerlandjes liggen tussen de boomsingels in en dat scheelt al snel een paar graden. En warmte is iets wat vlinders op prijs stellen. Bij warm weer is het dan ook een deken van vlinders dat boven de goudgele korenhalmen vliegt.
“Een indrukkend wekkend gezicht”, vindt fjildman Bakker. “En”, zo voegt hij er aan toe, “die vlinders en insecten trekken ook weer veel gierzwaluwen aan”.
Op de Heidehoogte ligt één van de perceeltjes akkerland, waar Bakker onder twee houten afdakjes 160 pakjes stro, waar de korrels nog inzitten, heeft opgeslagen. Een voedselparadijs voor vele muizen, die op hun beurt weer een koninklijk maal vormen voor de kerkuilen.
Toen Bakker de houten afdakjes aan het bouwen was, kwam een oude boer uit het dorp even langs om te vertellen dat hij dergelijke eenvoudige opslagplaatsen ook op zijn land had staan.
“En dat wil ik nu juist horen, dat van vroeger probeer ik na te bootsen, omdat ik weet dat het toen goed ging met de natuur. Dan heb ik het over een halve eeuw geleden, maar je kunt het hier in 2004 nog weer zien. Jammer dat het aantal hectares zo beperkt is”, zo besluit de enthousiaste Bakker zijn verhaal.


It Fryske Gea ( Nijs ), 01.08.2004
 
 
<< terug