pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
De rijkdom van de Slachtedijk

De rijkdom van de Slachtedyk


Henk van der Veer


Dankzij de Slachtemarathon, die op 8 juli 2000 duizenden deelnemers trok, weet tegenwoordig bijna iedereen waar de Slachtedyk ligt. Het grootste kuierevenement is uitermate populair bij wandelaars en natuurliefhebbers. De tocht, die dit jaar op 12 juni voor de tweede keer georganiseerd wordt, was binnen no-time met 13.000 deelnemers helemaal uitverkocht.
Geanijs is benieuwd hoe het staat met het maaibeheer en de publieksvoorlichting van de duizend jaar oude slaperdijk. En hoe zit het met de soortenrijkdom van de planten? Rentmeester Piet de Wit van It Fryske Gea geeft antwoord op de vragen.

Piet de Wit is hoofd van de afdeling beheer bij It Fryske Gea en met de terreinmedewerkers, loonbedrijven en aannemers zorgt hij ervoor dat het beheer van de Slachtedyk zodanig wordt uitgevoerd dat de gewenste natuurdoelen worden gehaald.

Sinds op 30 juni 2000 het beheer van de Slachtedyk overging van Wetterskip Fryslân naar It Fryske Gea, zijn De Wit en zijn medewerkers hoeders van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden van de Slachtedyk. Voor we over de natuurlijke waarden praten geeft de Rentmeester eerst zijn visie over het belang van de cultuurhistorische en landschappelijke aspecten:

“De Slachtedijk is de langste ongeschonden binnendijk in Noord Nederland en is door zijn kronkelige traject en duidelijk profiel een kenmerkend element in het landschap. Als markante getuigen van een eeuwenoude inpolderinghistorie heeft de dijk ruime bekendheid. Landschappelijk maakt het onderdeel uit van het Fries-Groningse terpengebied en kent een bewoningsgeschiedenis van zo’n 25 eeuwen. Het maakt onderdeel uit van een zeer open landschap. De openheid van het landschap wordt nauwelijks onderbroken door de Slachtedyk ook al steekt het 1,5 m boven de omgeving uit. Het uitzicht vanaf deze verhoging in het landschap is een groot aspect van de Slachte, in de beleving van de ruimte. Ondanks de steeds verdergaande verbetering van de dijken langs de west- en noordkust, heeft de Slachtedyk van de binnenlands gelegen dijken in Fryslân het langst als slaperdijk zijn waterkerende functie behouden. Nog bij de grote overstroming van 1825 heeft de Slachte zijn dienst bewezen. De waterkerende functie bleef de dijk behouden tot 1995, enkele jaren nadat de gehele Friese zeewering voldoende op Deltahoogt had gebracht. Karakteristieke bouwwerken in de Slacht zijn de zijlen. Oftewel de ‘silen’ op zijn Fries. Dit zijn openingen in de dijk die het buitenwater keerden, overtollig binnenwater looden en scheepvaart doorlieten. In tijden van dreigend hoog water werden de zijlen met balken, in de daarvoor bestemde sponningen neergelaten. De balken werden opgeslagen onder afdakjes, die naast de zijl waren gebouwd, de schotbalkhuisjes. Enkele zijn nog aanwezig, zoals bij Tolsumersyl en Krommesyl. Een ander karakteristiek verschijnsel zijn de dykhuizen. Dit zijn kleine boerderijtjes die stijf tegen de dijk zijn aangebouwd en een aangepaste architectuur hebben.
Er zijn er nog 16 over.”

Piet de Wit, is niet alleen enthousiast over de historie van de eeuwenoude Slachtedyk, als natuurman weet hij ook veel over de vegetatie van dit unieke natuurgebied. De Wit:

“De vegetatie van de bermen wordt in het algemeen gekenmerkt door grazige vegetaties die kenmerkend zijn voor matig voedselrijke klei- en zavelgronden. Een belangrijk deel behoort tot het glanshaververbond die over het gehele traject wordt aangetroffen. In de meeste gevallen zijn de vegetaties tamelijk arm aan kruiden. Grassoorten van intensief gebruikte graslanden, zoals Engels Raaigras en Ruw Beemdgras en hoog opgaande soorten als Fluitenkruid, Gewone Berenklauw, Glanshaver en Kropaar domineren. In de noordelijke helft en daarmee bedoel ik het gebied ten noorden van Hidaard betreft het vaak soortenrijkere typen. Je moet dan denken aan gedeelten waarin Pastinaak en Wilde Peen frequent en Gele morgenster en Veldlathrus regelmatig wordt aangetroffen. Het meest kruidenrijke type komt langs het noordelijk deel van de dijk, globaal tussen Achlum en de Waddendijk. In de soortenrijkere typen komen lokaal ook enkele landelijk en/of regionaal zeldzame soorten voor, zoals Paarse morgenster, Addertong, Goudhaver en Kraailook.”

Sinds de overname door It Fryske Gea in 2000 is er wel het één en ander veranderd aan het beheer van de Slachtedyk. Piet de Wit over deze veranderingen:

“In het verleden werd de tweede snede geklepeld, kapotgeslagen. Dit werkt verruiging in de hand. It Fryske Gea streeft er na om 2 keer per jaar te maaien en het gewas af te voeren, hetgeen leidt tot meer verschraling. Verschraling is gewenst omdat dit leidt tot een grotere soortenrijkdom in plantengroei. Verder onderdrukt de verschraling de ontwikkeling van de probleemkruiden als Akkerdistel en Ridderzuring. Met name aangrenzende boeren hebben een groot probleem een overmatige ontwikkeling van deze soorten. Zij zijn bang dat ze bij hen in het land komen.”

De verschraling van de vegetatie is voor It Fryske Gea één van de speerpunten in het dijkbeheer. Het maaien en het harken tot boven de dijk wordt uitbesteed aan een loonbedrijf. Deze maait de onderkant van het talud met de hydraulische armen aan de trekker waaraan de maaiapparatuur is bevestigd. Ook voor het opharken worden deze armen gebruikt. Als na een paar dagen het gras door de zon is gedroogd, wordt het machinaal opgeharkt en in een wiers op de dijk gebracht. Daarna is het voor de grasruimers.

“Dit zijn onze vaste afnemers van het gewas. Dit zijn plaatselijke bewoners die dit gratis kunnen ophalen. Dit afvoeren is belangrijk omdat hiermee de bermen het meeste verschralen”, zo weet Piet de Wit.

Op de vraag of er een gedifferentieerd maaibeheer is, geeft de rentmeester van It Fryske Gea het volgende antwoord:

“Half juni wordt bij mooi weer gestart met het maaien. Begonnen wordt op de plekken waar de omstandigheden het voedselrijks zijn en in de bouhoeke. De bouhoeke is het deel ten noorden van Getswerdersyl. Hier moet niet te laat gemaaid worden omdat hier de probleemkruiden het meest hinderlijk zijn. Op het akkerland komen ze veel eerder tot ontkieming dan in dichte grasmat. De voedselrijkste stukken zijn te vinden zuidelijk van Hidaard. Vervolgens komen de schralere stukken aan de beurt. Gestreefd wordt de gehele dijk gedurende 2 á 3 weken gemaaid te hebben.”

De Slachtemarathon heeft ongetwijfeld invloed op het maaibeheer van de dijk. Maar hoe groot zijn die gevolgen? Piet de Wit:

“In 2000 waren de bermen voor de Slachtmarathon reeds gemaaid. In 2004 doen wij dat bewust niet om de wandelaars meer van de rijk begroeide bermen te laten genieten. Mogelijk krijgen wij er spijt van als het gras in de bermen vertrapt wordt. Dit zal hinderlijk zijn bij het maaien. Hopelijk wordt het lange gras niet gezien als een makkelijke plek om blikjes etc, in kwijt te raken. Wij gaan uit dat de wandelaars dit niet zullen doen. Ook de marathoncommissie is zeer actief om dit te voorkomen.”

Piet de Wit, die in 2000 de marathon reeds meeliep, zal er dit jaar ook weer bij zijn als één van de duizenden wandelfreaks. Hij zal tijdens de tocht niet nalaten om reclame voor het It Fryske Gea te maken. Tijdens de tocht in 2000 werden er op enkele plekken een spandoek over de Slachte gehangen met de tekst ‘Wolkom bij It Fryske Gea’. En de uitgedeelde folders met daarin een bon om lid te worden van de vereniging leverde ook aardig wat nieuwe leden op. In een paar jaar tijd is de Slachte een begrip in Friesland, en ver daar buiten, geworden. Een dijk met kwaliteiten in meer dan in één opzicht!






It Fryske Gea ( Nijs ), 2004
 
 
<< terug