pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
Prachtige jubileumuitgave van 150 150 jaar Thialf

Prachtige jubileumuitgave 150 jaar Thialf



DE HOMMERTS- De Koninklijke IJsvereniging Thialf uit Heerenveen is op 15 februari 2005 precies 150 jaar jong. Jong, want de legendarische vereniging uit het Friese Haagje is na al die jaren nog springlevend. Ter gelegenheid van het bijzondere jubileum, er zijn in heel Nederland nog vier andere ijsclubs die anderhalve eeuw bestaan, is er een prachtig jubileumboek verschenen: ‘Koning Thialf’, onder redactie van Siebe Annema en Hedman Bijlsma. Het 160 pagina’s tellende werk is uitgegeven door de Friese Pers Boekerij, Leeuwarden.


Het mooie aan dit jubileumboek vind ik, dat niet alleen de geschiedenis van de Koninklijke IJsvereniging Thialf beschreven wordt, maar dat er ook ruime aandacht is voor de ontwikkeling van het schaatsenrijden in het algemeen. In de eerste twee hoofdstukken (be-) schrijft Marnix Koolhaas op boeiende wijze over de historie van de schenkels van de schaatsende vissers en de geschiedenis van schaats tot schaatsvereniging. De historie van 150 jaar Thialf wordt dus in een breder algemeen perspectief gezet. Hierdoor wint het boek aan waarde.
Uiteraard veel aandacht aan het roemrijke verleden van de misschien wel beroemdste ijsvereniging van heel de wereld. De historie die begint met de officiële oprichtingsbijeenkomst in de gelagkamer van Mebius aan de Heerenwal in Heerenveen. Daar in de herberg annex herensoos werd de IJsvereniging op 15 februari 1855 opgericht. Het huis, waar kastelein Mebius de scepter zwaaide, staat er overigens nog altijd.

Artikel 1 uit het allereerste ‘Reglement voor de IJs-vereeniging Thialf te Heerenveen’:
“De vereeniging onder den naam van Thialf, stelt zich ten doel bevordering van alle IJsvermaak, d.i. : hardrijderijen op schaatsen, harddraverijen met paard en slede en alle andere bestaande of nog uit te vinden uitspanningen op het ijs, onder dien verstande nogthans, dat er minstens twee hardrijderijen op schaatsen moeten hebben plaats gehad gedurende éénen winter, alvorens in dienzelfden winter eenige hardrijderij met paard en slede of ander ijsvermaak zal plaats hebben…”

In het boek zijn talloze foto’s en illustraties opgenomen, één ervan is een foto van het schitterende vaandel van ‘Klein Thialf’, de vereniging die samensmolt met de grote broer.
In vroeger tijden klonk het ‘Op nei de baan’, als het bestuur met in hun kielzog ordebewaarders, baanvegers en publiek in een traditionele ommegang naar de ijsbaan trok. Het is opvallend hoeveel ‘snypsnaren’ een aardige documenten er van de ijsvereniging bewaard zijn gebleven. Het historisch besef is er blijkbaar vanaf het begin geweest, door al deze dingen te bewaren.

IJsvereniging Thialf heeft zich vanaf de oprichting al willen onderscheiden van andere omringende dorpsijsbanen. Alleen al de indrukwekkende toegangspoort tot de ijsbaan maakte grote indruk. Wie daar eenmaal binnenging, wist zich opgenomen in het mekka van de Friese ijssport. De eerste ijsbaan van Thialf bleef tot 1967- de opening van de kunstijsbaan- in gebruik.

Dat Thialf bijzonder was, illustreert de huidige voorzitter Wiebe Wijnja uit Oosthem, met de volgende anekdote. Hij schrijft in zijn woord vooraf::
“Toen ik in de winter van 1954/’55 als 16 jarige op de fiets thuiskwam van school in Sneek stond mijn heit mij al op te wachten met de ‘Friese Koerier’ in de hand en zei : ‘Moarn moast net Thialf yn’t Fean, dêr is in koartebaanriderij foar jonges’. Op mijn vraag waarom het juist Thialf moest zijn, was het antwoord: ‘By Thialf ha se de boel yn’e oarder, it is in eare om dêr te riden!’”

Pas twee winters na de oprichting in 1855 organiseerde Thialf de eerste officiële hardrijderijen, winnaar werd Brand de Jong van Bozum. De eerste dameswedstrijden werden in 1864 gehouden. Winnares van deze hardrijderij werd op 11 januari van dat jaar Jantje de Boer uit Hommerts.

Na die eerste wedstrijden zouden er nog vele sportieve hoogtepunten volgen, maar ook dieptepunten. Meer dan eenmaal balanceerde Thialf boven de financiële afgrond en kon een faillissement worden afgekeerd. Al die zwarte bladzijden uit de rijke historie van de vereniging worden overigens niet weggemoffeld. Uiteraard ook veel aandacht voor al die spraakmakende internationale schaatstoernooien die in de loop der jaren op Thialf hebben plaatsgevonden. Soms zeggen aansprekende foto’s meer dan woorden. Zo is er een foto van Atje Keulen Deelstra, in stijlvolle houding met dat karakteristieke mutsje met de verticale banen. En al die bekende schaatsfriezen in de arreslee na weer een behaald Europees of mondiaal kampioenschap.
Enige kritiekpunt van mijn kant is het ontbreken van een namenregister, maar dat is dan detailkritiek.
Zeker in winters waarin het maar niet winter worden wil is dit prachtige boek over schaatsenrijden en ijsvermaak een aanrader.

Henk van der Veer

‘Koning Thialf’, jubileumuitgave ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van de Koninklijke IJsvereniging Thialf. Redactie: Siebe Annema en Hedman Bijlsma.
Friese Pers Boekerij, Leeuwarden. Gebonden uitgave en rijk geïllustreerd. 160 pagina’s.
ISBN-nummer 90 330 1277 4


Sneeker Nieuwsblad, 17.01.2005
 
 
<< terug