pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
Tweetalige bloemlezing jonge Friese dichters

HOMMERTS- ‘Droom in blauwe regenjas’, is de titel van een bloemlezing met daarin werk van ‘nieuwe Friese dichters’. Een tweetalige bundel, in de beide rijkstalen Fries en Nederlands. De bundel is samengesteld door twee jonge Friese dichters, Hein Jaap Hilarides (1969) en Tsead Bruinja (1974). Laatstgenoemde heeft ook een nawoord geschreven. Het prachtig uitgegeven boek is uit gegeven door Contact Amsterdam/Antwerpen en Utjouwerij Bornmeer Ljouwert.

De eerste kritieken op de bundel zijn zeer lovend. Lees maar eens wat recensent Chretien Breukers over de bundel schrijft: “De bloemlezing sleep ik nu al weken met me mee. In de trein, in de bus, op de wc, ja zelfs in bed zit of lig ik erin te lezen. Werkelijk waar, je zou willen dat er vaker van deze bloemlezingen verschenen, maar ja, het kan niet altijd feest zijn. Op een gegeven moment ga je je zelfs afvragen waar de Friezen die geweldige dichters allemaal vandaan halen. Het is gewoon niet normaal, zoveel goede, relatief jonge dichters op zo'n klein taalgebied. Het is jaloersmakend.”
‘Zou het een paar onsjes minder mogen zijn?’ reageerde een wat oudere Friese dichter enigszins zuur op deze kritiek.

De beide samenstellers van de bundel noemen hun boek ‘een brede tweetalige bloemlezing’, ‘waarin’ zo gaan ze verder, ‘kennis gemaakt kan worden met het spannende, vrolijke en soms weemoedige werk van de nieuwe Friese dichters’.
Wie zijn die ‘nieuwe Friese dichters’? Tsead Bruinja schrijft in zijn nawoord: “Er werd gekozen uit het werk van dichters die met een bundel debuteerden na 1990 en die, met uitzondering van Cornelis van der Wal, niet opgenomen waren in de ‘Spiegel van de Friese poëzie’.”
Die ‘Spiegel van de Friese poëzie’, een historische bloemlezing van Teake Oppewal en Pier Boorsma, werd in 1994 uitgegeven. Het gaat mij te ver om deze ‘Droom in blauwe regenjas’, als opvolger van de ‘Spiegel’ te noemen. De bundel van Bruinja en Hilarides is niets meer en niets minder een overzicht van wat de debutanten na 1990 in de Friese poëzietuin te bieden hebben. En dat is niet gering, want er staan werkelijk prachtige verzen in dit boek. De bundel ontleent de titel aan een strofe aan het vers ‘Cantus in memory of language for dictionaries and bell’:

Dan gaat de bel en staat de droom
op de stoep. Ik huiver. Ze draagt
een blauwe regenjas waaronder borsten
zich laten bekijken. Zand trekt op
de vloer onbekende sporen. Ze lacht.

Er zijn maar liefst acht verzen van Albertina Soeboer ( 1969) in de bundel opgenomen. De samenstellers verantwoorden nergens waarom ze van bijvoorbeeld Soepboer acht en van een andere veelbelovende dichter zoals Arjan Hut maar 1 vers hebben opgenomen.
Is er nu inhoudelijk iets wat de opgenomen dichters in deze bundel bind? Tsead Bruinja schrijft: “Een uitgesproken poëticaal programma bestond er niet toen er er aan het lezen werd begonnen, maar achteraf bezien blijkt uit deze keuze een lichte voorkeur voor het absurde en het muzikale vers- wat niet wil zeggen dat alle gedichten in deze bloemlezing aan die omschrijving voldoen. Ook voor somberheid en het betere denkwerk kunt u dit boek ter hand nemen.”
Even boekhouden. In de bundel is werk opgenomen van 23 dichters. Vijf vrouwelijke en 18 mannelijke dichters zijn vertegenwoordigd. De jongste dichters zijn geboren in 1980 en de oudste poëet zag het eerste levenslicht in 1954. Albertina Soepboer is met acht opgenomen verzen het prominentst aanwezig, gevolgd door Tsead Bruinja en Cor van der Wal met ieder zes opgenomen gedichten. Elf dichters (m/v) moeten genoegen nemen met 1 opgenomen vers.
Om het absurdistische karakter te illustreren haal ik hier één van de opgenomen verzen van Cor van der Wal aan:

Mijn slurfje in de ruimte

Daar is de zon, hier is de ruit,
ik kus mijn heilige buik.

Eten en drinken moet mijn tijdelijk lijf
en mijn slurfje is weer stijf.

Achter de wolken trillen schuwe ruimteschepen,
daar wachten onze broeders, met vreemde koppen.

Wat mij o.a. opvalt bij het lezen van de bundel is dat de meeste jonge dichters de vrije versvorm gebruiken. Klassieke vormen zoals het sonnet zijn duidelijk ondervertegenwoordigd in deze bundel. Parlando-achtige verzen zoals die van Nyk de Vries zijn geen uitzondering en dergelijke verzen zijn amper te onderscheiden van kort proza. Oordeel zelf:

Clown

We zaten met z’n allen rond de grote tafel in de
kantine en keken uit over het parkeerterrein dat
langzaam verdween onder een grote witte
sneeuwdeken. Intussen dronken we koffie en
werden er grapjes gemaakt. Tot er plotseling een
half afgeschminkte clown langsliep door de gang.
Sam staarde de figuur verbaasd na en riep lachend:
‘Zagen jullie dat?’ Jelle schudde zijn hoofd, sloeg
zijn verbaasde buurman hard op de schouder en
zei; ‘Nee Sam jongen, dat zag jij alleen. Jij was echt
de enige die dat zag.’

Prachtige verzen, uiteraard een subjectieve opmerking, vind ik die van Anne Feddema. Bij het schrijven van zijn poëzie heeft de dichter uit Leeuwarden zich laten inspireren door componisten en schilders zoals Schwitters, Ensor en Mozart.
Jammer dat achter in de bundel geen plaats is ingeruimd voor biografische gegevens over de dichters. De lezer moet het doen met het werk van de dichters. En dat is goed, heel goed in een prachtig vormgegeven bundel. Hulde Hilarides, Bruinja en uitgevers!

Henk van der Veer


‘Droom in blauwe regenjas/ Dream yn blauwe reinjas’ nieuwe Friese dichters.Een keuze uit de nieuwe Friese poëzie sinds 1990. Samenstellers Tsead Bruinja en Hein Jaap Hilarides. Uitgeverij Contact en Utjouwerij Bornmeer, 2004. Aantal pagina’s 158. Prijs € 25,--


Sneeker Nieuwsblad, 14.03.2005
 
 
<< terug