pers > op'e planken > detail
Resênsy fan Henk van der Veer
Van Haersma Buma schrijft boekje over de Friese Nassaus

HOMMERTS- Oud-burgemeester Bernhard van Haersma Buma van Sneek is een man met belangstelling voor historie. Die belangstelling uit zich o.a. in het schrijven van interessante artikels over de Friese Nassaus. Bij de Friese Pers Boekerij is kortgeleden een heel aardig boekje uitgekomen van Sneek’s voormalige eerste burger: ‘De Grote of Jacobijnerkerk en de Friese Nassaus’.

Vanaf 1588 werden de Friese Nassaus na hun overlijden bijgezet in de Grote of Jacobijnerker te Leeuwarden. Van Haersma Buma heeft een samenvattende beschouwing geschreven over de Friese Nassaus en de Jacobijnerkerk.

In het boekje, het telt niet meer dan 64 pagina’s, beschrijft Van Haersma Buma de grafmonumenten van Anna van Oranje en haar man Willem Lodewijk. De laatste staat bekend as ‘Us Heit’. Ook besteedt de auteur ruimschoots aandacht aan de kleurrijke aankleding die het koor kreeg met wapenborden, gebrandschilderde ramen, vaandels en banieren, het nog bestaande stadhouderlijk gestoelte en het beroemde Oranjepoortje.

Van Haersma Buma weet op boeiende wijze te schrijven over de rijke historie van de Friese Nassaus. Zo noteert de oud-burgemeester over de begrafenissen van de stadhouderlijke familie het volgende:

“ Wanneer een begrafenis plaatsvond werden de muren bekleed met zwart laken. De bekleding werd aan de bovenkant versierd met een rand van het vele malen herhaalde stadhouderlijk wapen. Op beide afbeeldingen ( op oude prenten, hvdv ) is dit duidelijk te zien. In 1620 is het wapen van het huis Nassau van Willem Lodewijk te onderscheiden, in 1633 het wapen Nassau-Dietz van Ernst Casimir. Ook later was bij een begrafenis een dergelijke bekleding gebruikelijk. Bij de begrafenis van Johan Willem Friso in 1712 werd de versiering nog fraaier en werden de wapens ( nu Oranje- Nassau) afgewisseld met tweearmige koperen wandarmen.”

Grafschennis

Het is niet altijd koek en ei geweest tussen de Friese Nassaus en de Leeuwarders. Aan het einde van de achttiende eeuw was Leeuwarden een radicaal bolwerk van de Bataafse Republiek. In 1795 komt dit tot uiting. Van Haersma Buma schrijft over die periode:

“ Medio 1795 koelde de volkswoede zich op alles wat aan de stadhouderlijke familie herinnerde. Eerst werden op 1 augustus de graftombes in het koor vernield. Het zinloze geweld gebeurde overigens niet zonder plan. Twee zijstukken van het monument voor Willem Lodewijk, de beelden van de standvastigheid en de voorzichtigheid, werden gespaard om gebruikt te worden voor een schoorsteenmantel in het Landschapshuis. Die konden, zoals de schouw in het Potaslot laat zien, heel goed ter verfraaiing van een schoorsteenmantel dien. Op 16 augustus kwamen de exponenten van de volkswoede terug. In een beredeneerde razernij vergreep men zich aan de kisten en de stoffelijke overschotten. Verschillende kisten waren van kostbaar materiaal, tin of lood vervaardigd. Men keerde de kisten om en ontdeed ze van alle kostbare materialen. Lood en tin werden vervolgens tot staven omgesmeed en naar Holland verkocht. Wat resteerde van de stoffelijke overschotten en de kisten gooide men in de kelder die daarna werd gesloten.”

Het pleit voor Van Haersma Buma dat hij van deze gruwelijke gebeurtenissen geen smeuïg verhaal heeft gemaakt. Hij zou de geschiedenis geweld aan doen, want aangedikte verhalen over deze grafschennis zijn niet historisch niet onderbouwd zo heeft historica Heerma van Voss duidelijk gemaakt, weet Van Haersma Buma.

In het boekje verder aandacht over het effect van de grote restauratie in 1971-1996 en de recente herstelwerkzaamheden in 2002/2003. Overzichten van de stadhouderlijke familie en een uitgebreide literatuurlijst geven het boekje een meerwaarde.

Henk van der Veer

Bernhard van Haersma Buma, ‘De Grote of Jacobijnerkerk en de Friese Nassaus’. Fries Pers Boekerij. 64 pagina’s. Prijs: € 9,95






Sneeker Nieuwsblad, 04.07.2005
 
 
<< terug