dagboek > overzicht
Dagboek augustus 2025Bekiek hele maand 
 
14 augustus om 21:40
 
De datum 15 augustus





Mňrren is ut 15 augustus. Un datum om bij stil te staan, at je histoarys besef hewwe.

Earder had ik al un interview met Gerda Hartkamp. Dat interview staat in de papieren GrootSneek. Hieronder plaats ik ut nňch us op myn eigen dachboek. Omdat ik ut belangryk fyn dat wij ok disse geskiedenis nyt fer

'Van Friese klei naar tropenuniform'

Gerda Hartkamp, geboren op 8 mei 1960 aan de Waterpoortgracht in Sneek, vlak achter de Waterpoort, is een kind van een Sneker vader (Johan Hartkamp) en een Nederlands-Indische moeder (Aaltje Ligthart, geboren op Java). Als kind groeide Gerda op tussen twee werelden: de nuchtere noordelijke klei en de nog nauwelijks verwerkte trauma’s van een Nederlands-Indische geschiedenis die vaak buiten beeld bleef. Rond haar zestigste begon ze met schrijven en in 2022 kwam haar eerste boek uit: ‘Van Friese klei naar tropenuniform‘, een intieme blik op haar familiegeschiedenis, het Indische oorlogsverleden en hoe dat doorwerkt in het heden. GrootSneek zocht Gerda Hartkamp op in haar huidige woonplaats Harlingen.

Gerda Hartkamp heeft nog een oudere zus, Charlotte en broer, Henk. Het gezin Hartkamp verhuisde van de Waterpoortgracht naar de Lemmerweg, later naar Goënga en weer later naar Harlingen. Voor het gezin Hartkamp is 15 augustus elk jaar een bijzondere dag. Dan wordt in Nederland het einde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht en daarmee het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog. Het wordt ook wel de Nationale Indiëherdenking genoemd.

Zwijgen over het verleden

“Het is voor mij een dag van dubbele gevoelens”, vertelt Gerda. “Ik ben geboren in vrede, maar leef met de naweeën van oorlog. Mijn moeders waren tijdens de oorlog de zogenoemde ‘buitenkampers’ onder het Japanse regiem. Daarna volgde de ‘bersiap’, een in Nederland gebruikte aanduiding voor de gewelddadige periode in het voormalige Nederlands-Indië aan het begin van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, direct na het einde van de Japanse bezetting, de vlucht naar Nederland en het zwijgen.” Het zwijgen, dát was kenmerkend voor veel Indische gezinnen, weet Gerda. “Er werd thuis nauwelijks over gesproken. Maar het was er altijd. In de sfeer, in het eten dat níét werd gekookt, in het gemis van familie die daar achterbleef.”

Juist dáárom is de jaarlijkse herdenking op 15 augustus voor haar zo belangrijk. Niet alleen om te herdenken, maar om zichtbaar te maken wat lang verzwegen bleef. “Het is een erkenning, een plek waar verhalen mogen bestaan. Voor mij, voor oma, mijn moeder, familie en voor velen zoals wij.”

Een boek uit stilte geboren

Haar debuutroman ‘Van Friese klei naar tropenuniform’ kwam niet zomaar tot stand. Gerda: “Het is begonnen met gesprekken. Met het opschrijven van losse flarden. Maar pas toen ik begreep hoeveel generaties door deze geschiedenis zijn gevormd, kreeg ik de urgentie om het verhaal breder te delen.”

In het boek volgt ze het leven van haar familie, maar verweeft dat onderhuids ook met haar eigen zoektocht naar identiteit. Hoe is het om op te groeien in een land waar je uiterlijk, je familiegeschiedenis en je achtergrond voortdurend vragen oproepen? “Als kind voelde ik me soms anders, zonder te weten waarom. Mensen stelden vragen: waar kom je écht vandaan? Terwijl ik gewoon een meisje uit Friesland was. Maar wel een meisje, dat voelde dat er iets niet werd verteld.” Met zorgvuldige pen en veel historisch besef reconstrueert ze in haar boek het leven van haar grootouders, de reis van Nederlands-Indië naar Nederland, en de manier waarop het verleden zich nestelt in volgende generaties.

De vergeten kinderen van de oorlog

“De Indische naoorlogse generatie, waar ik toe behoor, is lang buiten beeld gebleven. Onze verhalen leken minder urgent. Er werd gedacht: jullie hebben toch niks meegemaakt? Maar we hebben het wél meegemaakt, zij het op een andere manier. Door de stilte, door de trauma's die onze ouders met zich meedroegen, door de ontworteling.”
In haar boek legt ze de vinger op die stille pijn. En tegelijk biedt ze ruimte voor hoop en verbinding. Ze sprak met andere nazaten, met historici, met jongeren die nu pas ontdekken wat hun grootouders doormaakten. “Er is een beweging gaande. De jongere generatie is nieuwsgierig. Ze willen weten, begrijpen, verbinden. Dat stemt me hoopvol.”

Pleidooi voor erkenning

Het persoonlijke van Gerda Hartkamp maakt haar verhaal juist zo universeel. Ze groeide de eerste twaalf jaar van haar leven op in Sneek en later ook nog in Goënga, waar haar achtergrond zelden onderwerp van gesprek was. “Ik paste me aan, wilde niet opvallen. Maar ergens bleef het wringen. Alsof een deel van mezelf niet mocht bestaan.”

Pas later, via archieven, gesprekken met familieleden en haar eigen onderzoek, kon ze de puzzelstukjes leggen. “Mijn moeder vertelde weinig over ‘vroeger’ en zonder details. Pas toen ik ontdekte wat zij allemaal had meegemaakt, begreep ik mijn eigen levensverhaal beter.”

Haar boek is dan ook géén aanklacht, maar een pleidooi voor zichtbaarheid en erkenning. “Ik wil dat onze verhalen verteld worden. Niet om medelijden te krijgen, maar om gezien te worden.”

Verhalen zijn bruggen

In aanloop naar de komende herdenking van 15 augustus hoopt Gerda Hartkamp dat er meer ruimte komt voor het Indische verhaal, in onderwijs, in de media, en in de publieke ruimte. “We hebben zoveel bijgedragen aan Nederland. Maar de erkenning loopt achter. Niet alleen voor de eerste generatie, maar ook voor hun kinderen en kleinkinderen.” Met haar boek draagt ze bij aan dat bewustzijn. In lezingen op scholen en tijdens bijeenkomsten weet ze haar verhaal te verbinden aan een bredere maatschappelijke context. “Verhalen zijn bruggen. Ze kunnen ons helpen om elkaar beter te begrijpen. En dat is precies wat we nu nodig hebben.”