dagboek > overzicht
Dagboek november 2018
 
18 november om 17:46
 
De Sneekermeer





Ut was fanmiddach hearlek om bij de Sneekermear om te strúnen. Der wurdde ok nòch syld! Foto's hew ik skoaten foar myn nieuwsargyf. Na anderhalf uur en un frisse kòp riker, wear druk in myn kamer an ut oprúmen weest. Geeft fisyk en mentaal rúmte. Un hearlek weekend su!





 
17 november om 17:38
 
Hockey in Sneek





Fanmòrren was ik even op ut hockeyfeld in Sneek. Opfallend dat ik dêr amper minsen ken. Omgekeard sal ut ok ut gefal weze. Andere leefweareld foar mij.

De earste kwote (jajaja...) dy't ik opfing was 'kom op met die stick Pik'. Ja, ik was futdaleks wakker en moest ok lache.

De fòlgende fon ik nòch moaier. Un jonge skeidrechter float un wedstryd. Hij fluitte en sei 'sorry boys, was mijn fout...vrije slag voor...."

En gyn een fan dy jonges reagearde boas òf obsternaat, nee gewoan aksepteare en deurknalle. Prachtech!
 
16 november om 20:06
 
Fijne avend allemaal!



 
15 november om 20:08
 
Museumschip Kasteel Vlotburg meert af aan de Somerrakpromenade






“Sinds 2005 varen ‘Ridder Len en vrouwe Christel’ met hun museum en paardje door Europa en misschien nog verder. Zij zijn al in Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en België geweest. En nu weer tijdelijk in Nederland”, zo begint een persberichtje dat ik ontving. Nieuwsgierig geworden fietste ik vanmiddag om te zien of het Museumschip al had aangelegd aan de Somerrrakpromenade.

Robin Hood

Als ik kom aanfietsen bij het voormalig Flexaterrein ligt het museumschip al aan de wal. Ik ben meteen onder de indruk van het toch wel opzienbarende varende museumkasteel Vlotbrug. Mijn verbazing zal gedurende de ontmoeting met Len Vries, ‘de kasteelheer’ alleen nog maar toenemen. Ik heb mijn komst niet van tevoren aangemeld, maar Len ontvangt mij allerhartelijkst. Een Surinaamse man met een Robin Hood-achtige leren hoed op zijn hoofd, waaronder twee pretoogjes voortdurend lachen.

Ik steek mijn verbazing, zo als meestal, niet onder stoelen of banken en Len kan dat blijkbaar waarderen. Open het gesprek in! Ik schat de man een paar jaar ouder dan ik, iets wat ook blijkt te kloppen. Lenny werd 68 jaar geleden in Suriname geboren, en dat is nog duidelijk te horen. Toch heeft Len ook wat een Duitse tongval, wat overigens zeer charmant klinkt. Zijn ‘levensgezellin’ rijdt net weg in een auto met Duits kenteken als ik aan kom fietsen. Zou zij de oorzaak zijn van Len’s Surinaamse uitspraak met een vleugje Duits?

Paramaribo

“Als kind groeide ik op in de buurt van Paramaribo in een groot gezin van 12 broers en zussen. Ik had als jongensdroom ooit een vlot te bouwen met daarop een kasteel. Dat ik nu op het oude vrachtschip Andisa woon, een joekel van 50 bij 6.5 meter, heeft wel wat. Ik heb enorm veel hulp gehad van mijn grote vriend Jan Westerhuid, een scheepstimmerman, om dit kasteelschip zo te bouwen. Gerard Stegeman, een andere vriend heeft mij ook geholpen”, vertelt Len ( ‘geen ge-U alsjeblieft’) vol enthousiasme.

Een Surinamer in een vriescel





Voordat het zo ver was, had Len al een heel leven achter de rug. In 1969 kwam hij naar Amsterdam en werkt zich een slag in het rond in een abattoir, waar hij varkens- en koeienmagen naar een vriescel moest slepen. “Kun je het voorstellen, een Surinamer in een vriescel? Als ik ’s avonds thuiskwam bibberde ik nog.” Later gaat hij naar Duitsland, waar hij voor koppelbazen werkt. Zijn grote passie het verzamelen van spulletjes uit de riddertijd is dan al begonnen. Op een gegeven moment beland Len in het Zuidduitse Freiburg, waar hij een hypermodern pand huurt, waar een deel van zijn verzameling kan worden onder gebracht. In de Duitse stad ontmoet hij een nieuwe liefde. Inderdaad Christel Dattler. Zijn droom om ooit eigenaar van een museumschip te worden maakt Christel mee waar, als ze haar huis ‘verhypothekeert’ en Len het oude vrachtschip kan kopen.

Gigantische hoeveelheid oude spulletjes





Len laat mij het hele schip zien, terwijl ik gewoon doorga met vragen stellen, ik heb helemaal niet het gevoel dat ik aan het interviewen ben. Benedendeks is alles volgestouwd met wat maar met ridders en jonkvrouwen te maken heeft. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een gigantische hoeveelheid oude spulletjes herbergt dit schip. Over herbergen gesproken, Len neemt mij mee naar een middeleeuwse kroeg. Hij gaat op een vaatje zitten en zegt dat hij hier graag mag vertoeven.

Martelkamer

“Kijk en hier hebben we de martelkamer”, zegt de Surinamer bijna overbodig. Want in de ruimte staan de vreselijkste martelwerktuigen die vroeger gebruikt werden om geboefte weer op het rechte pad te krijgen. Het moet een waar paradijs zijn om je fantasie de loop te laten.

Ik ben reuzenbenieuwd waar het paardje van ‘Ridder Len en vrouwe Christel’ is. “Kom maar mee”, zegt Len. Even later staan we oog in oog met een opvallende witte pony. Het kost zijn baasje geen enkele moeite om het dier te laten steigeren. Als beloning krijgt het paardje lekkere stukjes wortel. Als Len het blauwe emmertje weggooit haalt de pony het weer op. “Weet je dat deze oude circuspony kan tellen”, vraag Len. En meteen vraagt hij het dier hoe oud het is. Met een voorpoot tikt Hekor 13 maal op het dek!

Nadat Len mij het privégedeelte, waar hij en zijn vrouw leven, ook nog heeft laten zien nemen we afscheid.
Len gaat meteen weer aan het werk. Vanaf zaterdag is het museumschip geopend voor publiek. ‘Kasteel Vlotburg’ zal nog tot 8 januari 2019 in Sneek blijven.
Openingstijden:Maandag t/m zondag 11.00 – 18.00 uur

Voor speciale school- en groepsarrangementen met Len of Christel, zodat zij een rondleiding kunnen inplannen, zie op http://www.vlotburg.nl

 
14 november om 22:29
 
Lieuwe van der Pol koninklijk onderscheiden na vertrek als raadslid





Un raadslid wêr't ik altyd groat respekt had hew, is Lieuwe van der Pol. Fanavend nam hij ouskeid en wurdde hij terecht onderskeiden met un lintsje. Lieuwe fan harte en ut gaat dy goëd!

Na bijna zeventien jaar actief te zijn geweest als raadslid is Lieuwe van der Pol (1953) uit de gemeentepolitiek gestapt. Bij zijn vertrek uit de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân werd hij vanavond woensdag 14 november, benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Hij kreeg de bijbehorende versierselen opgespeld door burgemeester Jannewietske de Vries.
Van der Pol begon zijn politieke loopbaan in de voormalige gemeente Sneek, waar hij op 14 maart 2002 werd beëdigd als eerste en enige raadslid voor de ChristenUnie. Die partij was twee jaar eerder ontstaan na een fusie van GPV en RPF. Na de gemeentelijke herindeling per 1 januari 2011 en het ontstaan van de fusiegemeente Súdwest-Fryslân verdubbelde de ChristenUnie het aantal raadsleden tot twee. Ook na de verkiezingen in 2014 en 2017 behield de partij dit aantal.
Dat is mede de verdienste geweest van Van der Pol, zei burgemeester De Vries. “Jo hawwe each foar de minsken om jo hinne, each foar de mienskip. Jo steane foar polityk dy’t tichteby de minsken stiet, sawol yn de stêd as op it plattelân. En dêrby rjochtsje jo jo net allinnich op ’e eigen efterbân.”

Yn bad

Ook vertelde de burgemeester noch een aardige anekdote. “Ut betroubere boarne hawwe wij fernommen dat Lieuwe van der Pol it leafst de riedstikken yn bad leze mocht!”
Na het oplepelen van een aantal getallen – zo’n 180 raadsvergaderingen, ten minste het dubbele aantal commissievergaderingen en nog veel meer andere bijeenkomsten – kwam de burgemeester tot de slotsom dat Van der Pol “mear as gemiddeld bydroegen hat oan dizze gemeenteried en oan de mienskip. De kombinaasje fan grutte, oprjochte belutsenens by minsken en tema’s en stevige ambysjes meitsje fan jo in hiel goed riedslid.”
Van der Pol reageerde zoals alleen een Fries dat doet: “No, prachtich net!” Even later bedankte hij de raad en in het bijzonder het raadslid Djoke de Jong: “De wize wêrop sij de tsjinslaggen yn har libben opfangt, ûnneifolchber wat mij betreft. We kinne der allegear in foarbyld oannimme. Sij is as vice-foarsitter in foarbyldfries ek yn de wize wêrop’t sij minsken temjitte komt. Tank dêrfoar, tank ek yn Joke foar jim allegear.”

Van der Pol wordt opgevolgd door Gert Schouwstra, die zowel in Sneek als in Súdwest-Fryslân geen onbekende is in de gemeentepolitiek. Schouwstra is al zestien jaar commissielid

 
13 november om 18:52
 
Kilkenny's fanavend in de Ierse Pub





Fanavend speule de Kilkenny's om 20.00 in de Ierse Pub fan Jan en Anouk van Omme. Un únyk konsert fan dizze Ierse súperband. Fanmiddach waren banjospeuler en sanger Dave Cashin (28), mandolinespeuler en gitarist Robbie Campion (25), perkussionist en drummer David Long (23) en bassist Tommy Mackey (27) al even in de pub, dêr't Piet Paulusma ok nòch del kwam. Piet’s Weerbericht komt dan fanavend ok út Sneek!
 
12 november om 20:39
 
Kostber kadoatsje fan Josse





Oulopen saterdachmòrren het maat Josse de Haan bij mij west en hij had un prachtech kado metnommen: ‘Een fotografische herdruk van een bundel anarky’s die Josse de Haan eerder in een gelimiteerde oplage uitbracht. Seze nieuwe bundel bedraagt honderd genummerde exemplaren, waarvan de nummer I-XX buiten de handel blijven.’
Josse had nummer X foar mij metnommen.

Ik bin der hartstikkene blij met dizze bundel anarky’s! Wat anarky’s binne? Josse de Haan: “Ofkoarting/fertichting fan anargistysk lykje; basearre op de âlde kollaazjetechniken fan de surréalisten; ek in assosjatyf prosedee, dêr’t de eleminten taal en byld osomotysk ynelkoar skowe; soms neamd: konkrete of fisuele poëzij’.
 
11 november om 21:10
 
Un dach om te herdenken





The Great War
 
10 november om 17:29
 
Ver van het front?





Ver van het front? Friesland en de Friezen in WO1, is de titel fan un werklek indrukwekkend boek. Ut sal mòrren anboaden wurde an de CvdK, Arno Brok. Eigenlek weet ik mar un heel klein bitsje fan WO1, helemaal at ik ut fergelyk met myn kennis over WO2. Ut boek dat súperfraai útgeven is deur Uitgeverij Louise fan Eddy van der Noord, is foar mij in meardere opsichten un moai kado. Letterlek, omdat ik ut gister fan Eddy kado kreech, mar ok deur de foto op bladside 258. Op dy pagina un fergeeld kykje fan myn pake Geert, dy’t mobiliseard was in Brabaan. De foto komt út ut rike family argyf, en myn broer het de oubeelding ongetwifeld naar de samenstellers fan ut boek stuurd.

Ik hew nòch even ferder sneupt in de ouwe family-foto’s en ik fon nòch un antal foto’s fan myn Friese groatfader út dy jaren. Wònderlek dat de geskiedenis dan heel dicht bij komt, eigen wurdt. Dat is foar mij ok histoary, nyt in dit gefal de groate feldslagen, de ontbearingen in de loopgraven en de súksessen òf ferliezen fan de ‘groate ‘ namen. Nee, hoe leefde Geert van der Veer, un eeuw leden? Hoe kwamen dy doadgewoane Frieze jonges de dagen deur, dêr in Brabaan? Mochten se tidens de mobilisasy ok wel wear us even naar hús? Hoe rede beppe Loukje ut thús? Het dizze Van der Veer ok antekeningen, un dachboek òf fersen skreven over dy perioade? Ik weet dat hij ok gedichten skreef en in een fan dy fersen doët hij de ankondiging dat yn naar Braanbaan, naar Tilburg toe mut.

Ik hew dizze pake noait kennen, hij overleed twee jaar foar ik geboaren wurdde. Ik mach ut doën met dy ego-dokumenten en fergeelde foto’s. Pake Geert het syn spoaren nalaten en we siën um nou teruch in dat fòrmidabel moaie boek. ‘Ver van het front’, komt inenen heel dichtbij! Hierbij de foto’s!



















 
9 november om 19:38
 
Feestelijke opening expositie 50-jarig bestaan de IJsster in FSM





Vanmiddag was de officiële opening van de expositie ter ere van het 50-jarig bestaan van schaats- en skeelervereniging de IJsster uit Sneek in het Fries Scheepvaart Museum. De kersverse burgemeester van SWF en tevens groot schaatsliefhebster Jannewietske de Vries mocht samen met Olympisch kampioen (én ere lid van de IJsster) Ids Postma het startschot lossen.

Voor de officiële opening werd door het vertellen van anekdotes en herinneringen van onder meer Ron Couwenhoven, Hedman Bijlsma en Mark Hilberts het publiek meegenomen in geschiedenis van het ‘hardrijden’ in het algemeen en Sneek in het bijzonder. Uiteraard ook het ontstaan van de IJsster kreeg ruim aandacht.

De expositie omvat heel veel informatie over het hardrijden in Sneek en omgeving en het ontstaan van de IJsster, waarbij de bezoeker wordt meegenomen naar het jaar 1800 tot nu. Schaatsen, wedstrijdreglementen en prijzen van door de jaren heen zijn onder andere onderdelen die worden tentoongesteld. Niet alleen de prijzen van Olympisch kampioen Ids Postma, want deze zijn al langer te zien in het museum, maar ook de prijzen van andere leden van de vereniging worden in de spotlight gezet.

Jannewietske de Vries vertelde tijdens de rondleiding door voorzitter Pieter Bult dat ze enorm van schaatsen houdt. Dat ze de Elfstedentocht al een keer gereden heeft, is bekend en dat de burgermoeder nog altijd lid is van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elfsteden is ook bekend.

Toch kwamen er vanmiddag ook nog een aantal bekentenissen van de eerste burger van SWF: “Ik fyn it prachtich dat ik mei Ids dizze eksposysje iepene mei, ik wie altyd fan fan him!” Om dat te onderstrepen kreeg De Vries een fraaie Ids-cap cadeau met de tekst ‘Ids my life’.
“En witst, dat ik froeger doe’t ik noch yn Grou wenne, as famke fan in jier as acht al nei Jirnsum fytste om Atje Keulen-Deelstra te felisitearen? Mocht ik har plakboeken ek noch besjen en krige ik in boekje fan har kado: ‘Us Atsje’! Dat is toch geweldich?”
Nog een bekentenis van de burgemeester. “Ik wie noch mar tsien jier en doe waard ik al sikretaris fan de iisklup yn Grou. Dêr is myn bestjoerlike loopbaan yn feite mei begûn!”

Vele coryfeeën uit de rijke historie van de IJsster waren vanmiddag tijdens de opening aanwezig. De expositie is nog tot en met februari 2019 te bezichtigen.

 
8 november om 16:48
 
Stripkunstenaar fan Kloris & Ko geeft les op de KWS fan Sneek





De strip Kloris &Ko fan de Sneker tekenaar-skriever Theo Jaasma gaat as ut spoar! De earste oplage is hast útferkocht. Dinsdachmiddach was Theo al op de Van Haersma Buma Skoalle in Hommerts en fandaach was de kunstenaar op de Koningin Wilhelmina School in Sneek.

Theo fertelde dat hij self met un soad plezier teruchdenkt an de Ka Wee Es in ut Sperkhem. Hij fertelde op syn ouwe skoal over hoe’t je un strip make kanne en hoe en wat je nou krekt beter nyt tekene mutte.

De kyndes genoaten folop fan dizze bysondere les, krekt su as Theo trouwens!

Theo Jaasma sal ok nòch naar Staveren, Bòlsert en Blauhús. Kloris&Ko krije nou echt un baantsje: un striptekenbaantsje!

 
8 november om 15:46
 
Veelzijdige Ellen ten Damme schittert in Theater Sneek





Marlene Dietrich, Hildegard Knef, Edith Piaf, Nina Hagen. Niet de eerste de besten en dat is nog maar een understatement. Ik voeg nog een naam aan het rijtje toe, die van Ellen ten Damme! Allemachtig, wat heb ik gisteravond in Theater Sneek genoten van haar theaterprogramma ‘Paris-Berlin’, een muzikale reis langs deze wereldsteden waarbij Ten Damme onze gids was.
Eerder was ik bij haar voorstelling ‘Cirque Stiletto’, een spektakelstuk vol acrobatiek. En ook bij haar vorige programma ‘Thuis bij Ellen’ mocht ik in het publiek zitten. En dan nu de muzikale reis, die voor de zoveelste keer laat zien hoe veelzijdig Ellen ten Damme is.

Ze kwam niet alleen naar Sneek, maar werd vergezeld door Thijs Cuppen ,Arthur Lijten, Marieke de Bruijn, Jos Teeken ,Ben Mathot , Mark Mulder en Theo Sieben die met elkaar de muzikale show stelen onder de naam The Magpie Orchestra. Stuk voor stuk rasmuzikanten, een pianist, bassist, drummer, trombonespeler en 4 strijkers, die vanaf moment één alle ruimte van Ten Damme krijgen. Muzikale reizigers in de tijd, die met Ellen ten Damme maar één doel schijnen te hebben: ‘Je veux de l’amour’.

Dan volgen veel klassiekers, prachtige Franse chansons als ‘Non je ne regrette rien’, ‘Millord’, ‘Avec le temps’ allemaal nummers met een vleugje Ten Damme.

Zelfverzekerd, uitdagend en perfect van uitspraak. In het Duits, is het al niet minder, als ze ‘Ich hab noch einen Koffer in Berlin’ zingt en niet te vergeten het ‘Unbeschreiblich Weiblich’ en ‘Naturträne’ van Nina Hagen.

Het publiek wordt meegezogen, vanaf het eerste moment dat Ten Damme op het podium verschijnt. Hilarisch is het als een bomvolle Sneker theaterzaal amechtig ‘Je t’aime moi non plus’ met sexy Ten Damme meehijgt. Weg met het aureool van stijve Friezen! Maarten op de eerste rij, is de rest van de avond overigens wel de Sjaak.

Ellen ten Damme is een muzikale omnivoor, van opera talent ( ‘Die Königin der Nacht’ ) tot rock-bitch tot vertolker van Rammstein. Verbluffend dat ze het allemaal uit haar gespierde maar ook frêle lijf weet te halen. Gewoon genieten met volle teugen. Teveel superlatieven?

Misschien, maar ik ben een half etmaal na deze voorstelling nog even lyrisch als vlak na het optreden.
Als iemand zo hartstochtelijk is als Ellen ten Damme, dan is het voor mij logisch dat je dat teruggeeft. De finale is alleszeggend, het Sneker publiek dat van geen wijken weet, terwijl de diva ‘Gute Nacht Freunde, es wird Zeit für euch (!) zu gehn’ zingt, Ondertussen wordt het podium letterlijk afgebroken door haar muzikanten. Ellen blijft, tot het laatste moment.

Als de foyer al aardig leeg begint te lopen staat Ellen nog rompertjes, CD’s en handtekeningen uit te delen. Ten Damme maakt zich er nooit vanaf. Logisch dat haar voorstellingen altijd en overal uitverkocht zijn. Terecht!
 
7 november om 18:23
 
Maarten & Sander in Theater Sneek: Tòpavend!





Gisteravend naar de ledenavend fan de Rabobank weest. Hew der un tòpavend beleefd met Maarten van der Weijden en Sander de Hosson. Tom Coehoorn, maakte un antal prachtege foto’s en ik skreef fannacht nòch ut onderstaande ferslach foar GrootSneek site. Hierbij:

Sneek- Zelden zal een ledenavond van de Rabobank zo indrukwekkend geweest zijn als gister. Speciale gastsprekers deze avond waren 11stedenzwemmer Maarten van der Weijden en longarts Sander de Hosson, bekend van het boek ‘Slotcouplet’. Het werd een imponerende bijeenkomst in een bomvol Theater Sneek.





Het thema van deze bijeenkomst was 'zorg'. Rond dit thema presenteerden de Rabobank twee aansprekende gastsprekers. Maarten van der Weijden vertelde over zijn ervaringen van de 11stedenzwemtocht, waarmee hij zoveel mensen geraakt heeft. Maarten gaf alles en de Friezen deden massaal met hem mee. Samen lieten we zien dat de ‘mienskip’ leeft.

Longarts Sander de Hosson bekend van het de bestseller 'Slotcouplet', een compilatie van zijn columns die in de Leeuwarder Courant verschenen. Het was muisstil toen De Hosson over zijn ervaringen uit de praktijk vertelde.”Als je weet dat overleven er niet in zit, dan is het mijn taak en die is minstens zo belangrijk om te zorgen voor een zo goed mogelijke dood”, aldus De Hosson. Om te vervolgen met “dokter zijn is medicijnen voorschrijven, opereren, maar óók praten over de dood”. Wat een bijzondere longarts!





Na Sander de Hosson was het de beurt aan Maarten van der Weijden met zijn persoonlijke verslag van de 11-Stedentocht. Hilarisch, indrukwekkend en vooral eerlijk. Wat een authentiek verhaal vertelde deze kanjer, die maar een doel in zijn leven schijnt te hebben: Zoveel mogelijk geld binnen harken voor het KWF.

Voor de zoveelste keer mocht hij vertellen dat hij ontzettend veel geluk heeft gehad dat hij mocht herstellen van kanker. Dat geluk gunt hij anderen ook en daarom zamelt hij geld in voort het KWF.

Op de vraag van Kees Poiesz na afloop van de presentatie of Maarten van der Weijden ook mee wilde zwemmen in 2020 tijdens de tweede Sneker Samenloop voor Hoop tussen Sneek en IJlst was het antwoord volmondig ‘Ja!’. Een groot applaus was zijn deel. “Je mag voorop zwemmen en wij zorgen voor overnachting in een Sneker hotel”, antwoordde Poiesz!

Ontroerend waren ook de dankbetuigingen uit de zaal voor Van der Weijden. Zeker de mevrouw die het als een geweldige steun had ervaren dat juist Van der Weijden het was die durfde te bekennen dat er helemaal geen sprake was om kanker te overwinnen. “Nee, ik heb ontzettend veel geluk gehad, ik was gewoon een hele luie patiënt!”

Foto’s: Tom Coehoorn


 
6 november om 19:24
 
Nieuwe bundel van Alex van Ligten: ‘Bij liefde hoort een gezicht’





Sneek- Morgen wordt in het koor van de Grote- en Martinikerk een bundel van emeritus predikant Alex van Ligten gepresenteerd: Bij liefde hoort een gezicht. “Het zijn gedichten en verzen bij de liederen die in het Grote Voorleesboek staan”, zegt Van Ligten. Een kort interview met de auteur.

Waarom hoort bij liefde een gezicht?

“Omdat jij, wanneer je aan liefde denkt, meteen een beeld van iemand voor ogen hebt. Misschien, als je met die iemand samen kinderen hebt, staan de kinderen er ook nog bij, maar bij mij werkt het zo: als ik aan liefde denk, dan denk ik aan Noor. Daarom staat een foto van haar op de voorkant van het boekje. Ze wou eerst niet en toen heb ik gezegd ‘het is een keuze, of jij of ‘Het gezicht op Delft’. Maar ik wist niet of op daar nog rechten op zaten en ben dus blij dat Noor alsnog toestemde!”
Ik denk bij liedjes toch eerst aan popsongs of het Nederlandtalig repertoire. Maar jij gebruikt in je boek bewust het woord liedjes en niet liederen, gezangen of hymnen? Leg eens uit.
“Het zijn natuurlijk wel plechtige dingen waar we het over hebben. Maar ik wil af van bedompte woorden als ‘gezang’ of ‘liederen’, en ‘liedjes’ klinken vrolijker. Er zijn trouwens volgens mij veel meer overeenkomsten tussen het Nederlands repertoire en de Bijbelse liederen dan verschillen. Al gaat dat ook weer niet voor alle Nederlandse liedjes op.”

Waarom wilde je een nieuwe bundel?

Omdat het nog niet eerder gedaan was. We zijn rijkelijk bedeeld wat de Psalmen betreft en het Hooglied. Het zijn altijd de standaard poëtische teksten uit de Bijbel, die bewerkt worden en op tal van manieren geschreven en herschreven. Eigenlijk was dat met een aantal liedjes in de Bijbel nog niet zo. Er waren er zelfs een paar bij die ik nog niet kende toen ik aan het schrijven begon. Ik begon met Jona, de eerste keer was het een prachtige letterlijke vertaling, goed verantwoord, schitterend vertaald. Nijhoff had zich er niet voor gegeneerd. Toen dat lukte, om de uitleg in het lied te leggen en niet in de preek erna, dacht ik, als dat zo is, zijn er misschien nog wel meer van die teksten. Ik ben het daarna structureler gaan bekijken. Ik kwam daardoor bij Jesaja een lied over een hoer tegen en bij Ezechiël klaagzangen over Tyrus en Egypte. Die liederen kwamen uit de context naar mij toe lopen. Dat over Egypte gaat bij mij dan ook over hoe het in Amerika na de Tweede Wereldoorlog reilt en zeilt. Arrogante machthebbers die maar denken te kunnen doen wat ze willen. En dat van Tyrus, ik weet niet meer hoe het kwam, maar er zit iets in die tekst waardoor ik dacht: dit gaat over Harvey Weinstein. Door een soort van gesprek met het oude liedje kwam er een nieuw liedje. Zo is dat een beetje gelopen.

Staat er meer poëzie in de Bijbel dan wij denken?

“In de Bijbel staan stukken die achter elkaar zijn opgeschreven en alles weg hebben van proza, maar in wezen gewoon poëzie zijn. Kijk maar eens naar Prediker, dat is voor mij een gedicht, een liedje!”
Kun je in het kort omschrijven wat voor bundel ‘Bij liefde hoort een gezicht’ is?
“Het zijn liedteksten uit de Bijbel, die van alles behandelen en die heb ik op mij in laten werken en soms van mijn commentaar voorzien omdat ik het er niet mee eens was, of vond dat er nog wat bij moest. Een van mijn meelezers zei: ‘Je hebt het klaargespeeld om in die paar bladzijden een soort overzicht te geven van alles wat er aan de orde komt in de Bijbel.’ Het hele samenspel van verbond,vertrouwen, vredesverlangen, visioenen en ga zo maar door. Dat allemaal in de context van onze wereld, hoe wij de dingen ondergaan. Bij ieder vers heb ik er nog een toelichting bij geschreven waardoor ik er op gekomen ben, of over de context.”

Hoe lang heb je aan deze bundel gewerkt?

“Een dik half jaar. Ik ben zelfs ’s nachts nog wel eens uit bed gegaan om aan de teksten te werken, zo fanatiek werd ik. Het is een soort puzzel waarmee je bezig bent. Opeens denk je dan van dat roze stukje met dat groene randje moet daar. En dan kon ik het niet laten om het er ook meteen neer te leggen. Voor mijn lieve Noor was het wel een enerverende periode. Als ze dan thuis kwam na een drukke dag op school, moest ik mijn nieuwste teksten laten horen en dan zei wel eens ‘daar gaan we weer’.” Zij had toen ik begon ook een rake uitdrukking voor het werk: omdat het eerst sterk aanleunde tegen de wijze waarop Huub Oosterhuis de psalmen heeft hertaald, vroeg ze: ‘Heb je vandaag nog wat verhuubt?’ ”.

Voor wie heb je dit geschreven?

“Voor mensen die niet meer op een traditionele manier geloven en die vermoeden dat er ook nog anders naar de teksten valt te kijken. Niet meer zoals het lezen uit de Bijbel en vervolgens zeggen ‘sa is’t en net oars’. Ik was er zelf over verbaasd wat er allemaal uit zo’n tekst komt aanlopen. Als je die teksten een beetje de ruimte geeft, dan kan het veel kanten uit gaan. Ik heb zelfs nog dingen ontdekt. In het scheppingsverhaal bijvoorbeeld, hoe vaak heb ik dat niet voorgelezen? Ik besloot om het God zelf maar eens te laten vertellen, je hoeft niet altijd te lezen van ‘en toen deed Hij dit en toen deed Hij dat’. Ik kon hem vragen ‘wat heb Je eigenlijk gedaan?’ Toen kreeg ik verrassende dingen. Bijvoorbeeld dat het mooie van zo’n vertelling in de vorm van een scheppingsweek is, dat er na elke week weer een week komt en dat het scheppen gewoon door gaat. Dat had ik mij nog nooit zo gerealiseerd.”
Maar eerlijk gezegd heb ik niet zo’n duidelijk lezerspubliek voor ogen gehad. Vond jij het mooi? Ja? Dan heb ik het voor jou geschreven!”

‘Bij liefde hoort een gezicht’ is te bestellen via het emailadres van de uitgever: info@denyl.nl en kost € 17,50.
 
5 november om 19:47
 
In snoepke, ien foar yn de hân en ien foar yn de bûze





Fannemiddei ôfskied nommen fan ús âld-buorfrou Hieke Hoekstra-Kamstra. Se mocht 90 jier wurde. In moaie leeftyd wurdt der dan sein. Ik haw der niks mei, 'moaie leeftiden' foar minsken dy't ferstoarn binne. Ik begryp úteraard wol wat der mei sein wurde wol, mar it fertriet bij de achterbliuwers is sa grut. Sterkte yn dit gefal foar Sikke!

Oer de deaden niks as goeds, is it sechje, foar buorfrou Hieke jildt dat sûndermis. In poerbêste frou, dy't altyd earst oan in oar tocht, dan in skoft niks en at der dan noch wat oerbleau, wie sij der oan ta. Sa'n frou dus!

Unferjitlik hoe't sij foar ús bern wie, doe't dy noch lyts wiene. "Sjuch hjir hawwe jim in snoepke, ien foar yn de hân en noch ien foar yn 'e bûze!"

Soks is foarmjend foar de rest fan je libben, at je de metafoar der yn sjen kinne!
 
4 november om 20:58
 
‘Dach fan ut Stadsfrys’





Ik kom nòch even teruch op de Dach fan ut Stadsfrys, gister in Franeker. Ik fon onderstaande bijdragen. Earst dy fan Reitze Jonkman & Henk Wolf. Dêrna nòch únike beelden fan Trinus Riemersma dy't in ut Franekers singt.

Stads

Het Stadsfries of Stads is al bijna vijfhonderd jaar een van de talen van Fryslân. Het wordt – met kleine onderlinge verschillen – gesproken in Bolsward, Dokkum, Franeker, Harlingen, Leeuwarden, Sneek en Stavoren. Soortgelijke taalvarianten worden overigens ook op het platteland gebezigd in Kollum, Midsland op Terschelling, in het Bildt en op Ameland. Deze verschillende varianten staan door de concurrentie met het Fries en Nederlands onder druk.
Dach fan ut Stadsfrys
Om het Stads opnieuw schwung te geven zoeken, heeft een groep liefhebbers van de taal de manifestatie ‘Dach fan ut Stadsfrys’ georganiseerd. Die vindt vandaag plaats in Franeker.

Een eerste doel van de manifestatie is om mensen over de taal te informeren. Dat gebeurt in het wetenschappelijke ochtendprogramma. Arjen Versloot vertelt hoe de taal ontstaan is, Reitze Jonkman, Pieter Duijff en Liesbeth Jongbloed geven een beeld van de kennis en het gebruik ervan in onze tijd. Zij geven hun eigen antwoord op de vraag wat de kansen zijn voor een stadsdialect dat in de meeste steden tot een kleine minderheid van minder dan een vijfde van de stadsbevolking terug is gedrongen door vooral het Nederlands. ’s Middags is er een populairder programma voor iedereen, met een stadswandeling, een Stadsfriese schrijfwedstrijd, lezingen en muziek.
Het Stadsfries als Hollands dialect

Een van de middelen voor de dialectpromotie is de publicatie van Sprookjes fan Grimm in ut Stadsfrys. Vijftig verhaaltjes van deze twee bekende Duitse verzamelaars, van elke zeven genoemde steden zeven en een extra van de hoofdstad, zijn opgenomen, zoals ‘Sneewitsje en Roazeroad’, ‘De wolf en de seuven geitsjes’, ‘Et kyn fan Maria’ en ‘Klein Dúmke deropút’. Hier wordt het voor de neerlandicus interessant. Aan de titels is al te zien dat het bij het stadsdialect in Friesland – ondanks de betiteling met ‘frys’ – om Nederlandse dialecten gaat.

Veel Friese steden zijn namelijk al in de zestiende eeuw ontfriest. Zowel de ambtenaren van Karel V als naar Friesland verhuisde handelslui waren grotendeels afkomstig uit Noord-Holland, waaronder Amsterdam. Hun Hollands heeft veel sporen nagelaten in de zich ontwikkelende algemene taal van de Republiek. Het nieuwe sprookjesboek in het Stads is daarom een fundgrube voor vergelijkend dialectonderzoek.

Het Dokkumers kent bijvoorbeeld nog het woord ien (‘een’), dat we ook vinden in de De klucht van de meulenaer van Bredero (1619), terwijl het Leewarders een heeft. En het Hollandse seun (‘zoon’) dat we in Vondels Warenar (1617) vinden, vinden we ook in het Bolswarders en Harlingers, maar weer niet in het Leewarders. Een zin als “Ick mien datse om heur seuns oolijcke boeveryen, in de hel of ’t vagevyer ghenoech het te lyen.” uit Vondel zijn werk zou nog best in deze twee laatstgenoemde dialecten kunnen voorkomen.

Stadsfries is alleen geografisch gezien Fries
Doordat de Hollandse vormen niet in het Standaardnederlands zijn opgenomen, worden vormen als ‘dou hest’ door de hedendaagse Friezen niet meer als Hollands herkend. Zij veronderstellen dan ten onrechte dat de oorsprong bij het Friese ‘do hast’ zou liggen. Ook de overgeleverde zeventiende-eeuwse naam Stadsfries, die naar de geografische plek (stadtaal in Friesland) verwijst, zet mensen op het verkeerde been. Dat maakt dat het Stadsfries vaak ten onrechte als een Fries dialect wordt bestempeld. Ook de term mengdialect, die bijvoorbeeld in de verder goed geïnformeerde Atlas van het Nederlandsvan Mathilde Jansen e.a. (2017) wordt gebruikt, veronderstelt ten onrechte dat er heel veel Fries in het Stadsfries zou zitten.

Fasen

De Stadsfriese dialecten verschuiven langzaam van Hollands naar Nederlands. Dat gaat niet in elke plaats even snel. Het Leewarders vernederlandst het rapst; de ‘Leewarder’ zegt niet meer ‘Hij waar der al weest’ maar ‘Hij was der al weest’. Het Leewarders is in de afgelopen eeuw veel oorspronkelijk Hollandse woorden kwijtgeraakt die veel van de andere stadsdialecten nog wel hebben. Zo heeft het Stavers feer (‘ver’) en het Leewarders fer. En zo zijn er heel veel oudere vormen die in Holland al lang zijn verdwenen, maar die in de Friese steden als een soort levend fossiel aanwezig blijven.

Ok nòch un bysondere opname fan Trinus Riemersma!

In het kader van 'Dach fan ut Stadsfrys' die werd gehouden op Zaterdag 3 November 2018 hierbij de Schrijver Trinus Riemersma die een lied zingt in de Franeker stadstaal over de fictieve figuur Minne Mes tijdens de Agrarisch dagen van 1972. Trinus was onderdeel van het eerste Franeker Straat cabaret, dat in 1985 zijn tweede leven begon.


 
3 november om 18:08
 
Wees wys met ut Stadsfrys





Franeker- Fanmiddach naar Franeker weest in ferbaan met de earste ‘Dach fan ut Stadsfrys’. Fanmòrren was der al un sympoasium over ut Stads met lezingen fan onder andere Reitze Jonkman en Arjen Versloot. De inisjatyfnimmers fan dizze Dach fan ut Stadsfrys fine dat stadspraters mekaar us wat faker opsoeke mutte en elkaar mear steune magge. Theo Kuipers, foarsitter fan ‘Ut Genoatskap foar ut behoud fan ut Franekers’ is een fan dizze minsen.

Fòlgens taalondersoekers sú ut brúken fan Stadsfrys in de measte steden achterút gaan. Ut brúken fan ut stads sú tussen de 11 en 15% skommele. Fòlges un resente skatting fan de Fryske Akademy binne der teugenwoardech su’n 32.500 minsen dy’t ut Stadsfrys prate.

Fanmiddach kwamen in de Franeker Martinikerk rúm 100 minsen bij mekaar om te lústeren naar kòrte interviews dy’t Asing Walthaus had met ferskillende stadspraters. Bauke van der Woude en Campbell Forbes songen in ut Stads.
Kommissaris fan de Koaning, Arno Brok mocht ut earste eksemplaar fan ‘De sprookjes fan Grimm in ut Stadsfrys’ in ontfangst nimme.

Brok fertelde nòch twee moaie anekdoates over syn Stads pratende buurfrou út Liwwarden. “Toen ik ferhúsde moest de krúsifiks ok met. Op ut moment dat ik der met over straat liep sei de buurfrou: ‘ ahh Je Zus an de rekstòk gaat ok met…’

En de dyselde buurfrou fon ok ‘dat je un moaie buurman beter tussen de lakens antreffe konnen as lúzen.”

 
2 november om 18:33
 
Friesland Post again...





Hew un behoarlek interview in de nieuwste Friesland Post: over 'sporen van slavernijverleden in Fryslân'.
 
1 november om 19:55
 
Kyndermuseum in ut FSM: Prachtech!!