dagboek > overzicht
Dagboek febrewary 2025Bekiek hele maand 
 
3 febrewary om 16:57
 
De stňrmfloëd fan 1825





Gisteravend om 20.00 uur hew ik even foar ut open slaapkamersrút staan om naar ut lúden fan’e klokken te lústeren. Dat allemaal om de stňrmfloëd van 1825 te herdenken. Earder had ik un interview, foar de GrootBolward/IJsselmeerkust-krant, met auteur Arnoud van de Ridden. Hij het un boek skreven over dy ramp en al de gefňlgen. Hieronder ut interview.





"De merktekens in het landschap zijn na 200 jaar nog altijd zichtbaar"

“Een combinatie van springtij, kletsnatte weilanden, veel water uit het Duitse achterland, veel smeltende sneeuw uit de Alpen, slechte dijken in Friesland en een noordwesterstorm met een diepe depressie boven het midden van Zweden zorgen voor een rampzalige situatie op 3, 4 en 5 februari 1825”, zo laat Arnoud van de Ridder (1960) uit Oudemirdum de Stormvloed van 1825 jaar herleven in het boek met de gelijknamige titel.

Arnoud van de Ridder, geboren en getogen Utrechtenaar, maar al jaren woonachtig in Friesland, is historicus, geeft lezingen en excursies over de landschapsgeschiedenis van Gaasterland, is betrokken bij het IVN en is schrijver van het boekje 'Het Oudemirdumerklif'. Op zondagmiddag 26 januari zal zijn nieuwste boek 'Stromvloed 1825' worden gepresenteerd in de protestantse kerk van It Heidenskip.





Kinderen in contact brengen met de natuur

Arnoud van de Ridder vertelt: "Ik studeerde aardrijkskunde om de liefde voor het Nederlandse landschap en geschiedenis, met name hoe de mens invulling heeft gegeven aan het landschap. In 2008 zijn mijn vriendin en ik verhuisd naar Gaasterland, of eigenlijk mag je ook wel opschrijven dat we gevlucht zijn uit de Randstad. We kwamen eerst terecht in Nijemirdum en later in Oudemirdum. Ik raakte als vrijwilliger betrokken bij het werk van Natuurmonumenten, het IVN in de Súdwesthoek. En ik ga nog wel eens op pad met de Turegluur. een mobiele vogelkijkhut en promotiekar voor het IVN waarbij wij proberen kinderen in contact te brengen met de natuur.”


Waarom een boek over de stormvloed van 1825?

“Ja, waarom schrijft een oud-aardrijkskunde en geschiedenisleraar over een stormvloed die twee eeuwen geleden plaats vond? Vier jaar geleden vroeg Natuurmonumenten mij om te kijken wat voor verhalen en geschiedenis het Oudemirdumerklif heeft. Mijn grote interesse ligt voornamelijk in het zoeken en beschrijven van de wat onbekende geschiedenis. Er is heel veel algemeens te vinden, maar ik zoek het kleine, het alledaagse dat niet altijd in archieven ligt of in de literatuur leesbaar. Toen ben ik daar eens ingedoken en de interesse voor het gebied werd alsmaar groter. Het resulteerde in twee publicaties over een oude lindeboom aan de Oude Balksterweg. En vervolgens kwam ik ook al snel uit bij de stormvloed van 1825.”

Wat gebeurde er tijdens de stormvloed?

“Het is de grootste natuurramp geweest uit de 19de eeuw, iets wat men totaal niet zag aankomen. De voorgeschiedenis begon eigenlijk al een beetje in het najaar van 1824 omdat er toen veel noordwestelijke winden waren met ook nog eens overvloedige regenval. De dijken waren matig en slecht onderhouden. En dan wordt het februari 1825 en zorgen een combinatie van springtij, de kletsnatte weilanden, een grote hoeveelheid water vanuit het Duitse achterland en smeltende sneeuw uit de Alpen voor een rampzalige situatie. Door de hoge waterstand in het Zuiderzeegebied en de harde wind werd het water opgestuwd en bezweken de dijken die op tientallen plaatsen doorbraken. Alleen al tussen Lemmer en Schoterzijl waren er dertien doorbraken en de oude Zeedijk tussen Kuinre en Blokzijl leek wel een gatenkaas.

In Weststellingwerf en noordwestelijk Overijssel vielen de zwaarste klappen en verloren bijna vierhonderd mensen het leven. Landelijk waren dat achthonderd dodelijke slachtoffers, waarvan dus 380 in Noordwest- Overijssel en zeventien op Fries grondgebied. Honderden huizen werden verwoest of zwaar beschadigd, duizenden stuks vee verdronken en de materiële schade was groot. Ruim 100.000 hectare land stond onder - voornamelijk zout - water. Een tweede ramp kwam er in de zomer van 1826 nog eens overheen. Ruim 5500 Friezen stierven aan de gevolgen van malaria, omdat er nog geen medicijnen waren om de ziekte te bestrijden. Het was heel ongrijpbaar, een kwestie van uitzieken.”

Hoe verliep het schrijfproces van het boek?

“Ik ben eerst op internet gaan zoeken; vervolgens kom je bij historische verenigingen terecht. Soms moet je ook geluk hebben in je zoektocht. Zo kwam ik op een rommelmarkt een klein boekje tegen van een Harlinger slager, Wijnand Hoekers. Hij heeft ruim 54 pagina’s met gedichten over de ramp geschreven en dat in 1827 uitgebracht. Verder kwam ik het dagboek van veehouder Lieuwe Jans de Jong uit Poppenhuizen onder Aldeboarn tegen, die ook over de ramp schreef.”

Wat is er nu 200 jaar later nog terug te zien van de ramp?

“Gevelstenen! Ik kwam ze tegen in Giethoorn en ook in Friesland. In Harlingen is een steentje waarop te lezen valt hoe hoog het water stond in 1825. Bij Oudemirdum heb je de Beukenlaan, waar het zout in de bodem de groei van de eeuwenoude bomen belemmerde. De grote waterplas of ook wel wiel genoemd van It Djippe Gat aan de Alde Dyk bij Workum is zo’n merkteken in het landschap. De Prinsepoel bij Molkwerum, waar boer Prins graszoden uit zijn land liet halen om de dijk te verstevigen is een mooi overblijfsel aan de gebeurtenissen van toen. De merktekens in het landschap zijn na 200 jaar nog altijd zichtbaar."




Boek en tentoonstelling

De boekpresentatie van 'Stormvloed 1825' op 26 januari is voor genodigden. Van de Ridder: "Als er belangstelling is het boek aan te schaffen, dan kan dat nog tot 1 februari met korting voor € 19,95. Het boek kan bij mij worden besteld door een e-mailtje te sturen naar arnoudvanderidder@gmail.com. Na die datum kost het boek €24,95."

Vanaf april 2025 is er een tentoonstelling over de stormvloed te zien in Museum Het Warkums Erfskip.